Tussen huid en uit

Zonder haar te kennen maakte ik in 2011 een illustratie bij het gedicht Zegt een colaflesje van Ann van Dessel. Ze staan samen in het boek Vijf draken verslagen, Querido's Poëziespektakel 4. Ik kreeg de eervolle opdracht een illustratie te maken bij een van de zes gedichten die ik vond op de dubbele pagina die ik kreeg toegestuurd door Ted van Lieshout, die de bundel samenstelde. Later, benieuwd naar wie nou eigenlijk Ann van Dessel was, zocht ik contact met haar. Dat groeide uit tot een vriendschap en toen ze in 2017 aankondigde dat er een nieuwe bundel aan zat te komen riep ik meteen: daar wil ik wat mee! Nadat Ann lang had zitten schuren en schaven stuurde ze mij het uiteindelijke manuscript toe. Ik printte het uit en begon te lezen. Bij diverse gedichten maakte ik potloodschetsjes om die later te gebruiken voor een definitieve uitvoering. Het gedicht tussen huid en uit verwoordde voor mij de moeizame communicatie tussen mensen en de angst om je te verbinden. De moeite tot verbinding uit zich er in dat het twee losse figuren zijn geworden, die echter wel in de houding staan om nader tot elkaar te komen en elkaar warmte te geven. De wens is er dus wel. De rode man en vrouw hebben elkaar toch gevonden, ook al is er veel voorzichtigheid. 

Ik koos nog een, ultrakort, gedicht:

 

      speelruimte voor kinderen en andere grote mensen

      van hier 

      tot hier.

 

Ook een fraai staaltje 'Van Dessel'. Het potloodschetsje dat ik hierbij maakte nam ik als uitgangspunt om verder te schetsen met inkt en penseel. Er kwam niets van terecht. Toen ik weer terugkeek naar het vlotte schetsje dacht ik ineens: maar dit is het al! 

Ik ontwierp een vouwblad met deze twee gedichten, ieder aan een kant. Het is ongeveer op A3-formaat en twee maal (ongelijk) gevouwen. Bij de afbeelding onderaan de pagina zie je het blad in uitgevouwen toestand.

Ann was er heel blij mee. Wat voor haar belangrijk en leuk is is dat anderen reageren op haar werk, dat brengt haar veel.